• Beste leden,

    Het huidige hoofdbestuur zal in de toepassing van het KNPV-verenigingstuchtrecht zich niet alleen richten op actieve verwijtbare gedragingen van individuele leden, maar ook op de cultuur van een club en eventuele verwijtbare passieve gedragingen van clubbestuurders.

    Hieraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

    - Ten gevolge van een groep KNPV-leden van beperkte omvang, die verantwoord trainen in het kader van het dierenwelzijn niet in woord en daad wenst te omarmen, wordt de KNPV en het gedeelte van haar leden die wel verantwoord probeert te trainen in het kader van het dierenwelzijn steeds in diskrediet gebracht.

    - Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven heeft diens beschermheerschap opgezegd, het vertrouwen van overheidsinstanties in de KNPV is beschadigd geraakt en op 10 mei jl. heeft de minister van J&V in de beantwoording van Kamervragen tot uitdrukking gebracht dat hij van de KNPV als koepelorganisatie verwacht dat zij een actievere rol gaat vervullen in het tegengaan van misstanden bij de training van honden door leden van aangesloten verenigingen.

    - In oktober 2020 is door de afdelingsbesturen en het hoofdbestuur gezamenlijk besloten om een strenge, harde lijn in te gaan zetten ten aanzien van onverantwoord trainen in het kader van dierenwelzijn en het schaden van de belangen van de KNPV. Uit de digitale ledenraadpleging van 2020 is gebleken dat een ruime meerderheid van de KNPV-leden deze ingeslagen koers ondersteunt. De constatering is dat de verwijtbare gedragingen van een beperkte, hardnekkige groep leden de hobby en passie van de meerderheid van de KNPV-leden, die het verantwoord trainen in het kader van het dierenwelzijn wel omarmen, onmogelijk dreigt te maken. De belangen van de laatstgenoemde groep KNPV-leden en het dierenwelzijn dient door de KNPV beschermd te worden. De tijd van vrijblijvend praten, na vele jaren binnen de vereniging discussie gevoerd te hebben over deze materie, is voorbij.

    - Effectuering van de benodigde cultuuromslag binnen de KNPV lijkt sterk gehinderd te worden door het fenomeen dat clubbestuurders verwijtbaar passief blijven ten aanzien van misstanden en dominante krachten in bepaalde clubs (die niet zelden samenvallen met de clubbestuurders) ervoor zorgen dat mensen die verantwoord trainen in het kader van dierenwelzijn bespreekbaar trachten te maken binnen de club, ‘monddood’ worden gemaakt.

    Conclusie uit evaluatie KNPV-verenigingstuchtrecht

    Alle KNPV-leden dragen verantwoordelijkheid om zich te houden aan de wet en dienen te trainen in overeenstemming met de normen en waarden van de KNPV, die onder meer vastgelegd zijn in de statuten en reglementen.

    Deze verantwoordelijkheid geldt in zwaardere mate voor clubbestuurders. Clubbestuurders hebben een voorbeeldfunctie en zijn bij uitstek de cultuurdragers binnen de KNPV.

    Bij de toepassing van het KNPV-verenigingstuchtrecht zal het huidige hoofdbestuur niet alleen kijken naar verwijtbare actieve gedragingen van individuen, maar ook naar de cultuur van een club en passieve verwijtbare gedragingen van clubbestuurders.

    Dit nieuwe uitgangspunt zal door het huidige hoofdbestuur gehanteerd worden in de toepassing van het KNPV-verenigingstuchtrecht. Dit geschiedt op basis van reeds bestaande sanctioneringsmogelijkheden op grond van de huidige statuten en reglementen. Bovendien komt het hoofdbestuur beleidsvrijheid toe ten aanzien van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het hanteren van het KNPV-verenigingstuchtrecht vanuit diens bestuurstaak en verantwoordelijkheid als bevoegd orgaan inzake sanctieoplegging.

    Het hoofdbestuur

rfwbs-slide