Statuten
STATUTEN
NAAM EN ZETEL
NAAM EN ZETEL
Artikel 1
De vereniging draagt de naam: Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging, bij afkorting te schrijven: KNPV
Zij heeft haar zetel te 's Gravenhage.
OPRICHTING
Artikel 2
De vereniging is opgericht op vijfentwintig oktober negentienhonderdzeven.
VERENIGINGSJAAR
Artikel 3
Het verenigingsjaar of boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
DOEL EN MIDDELEN
Artikel 4
De vereniging stelt zich ten doel:
a. Daartoe geschikte honden af te richten als politiehonden, bewakingshonden, speurhonden en reddingshonden; eventueel ook voor andere diensten en taken.
b. de opleiding van personen tot bekwame dresseurs en geleiders van de onder a. bedoelde honden;alsmede van keurmeesters en helpers bij de onder auspicien van de vereniging te houden keuringen,examens en wedstrijden;
c. de behartiging van de belangen van de leden van de vereniging als zodanig.
d. de bevordering van het gebruik in de praktijk van afgerichte honden, als onder a. bedoeld.
De vereniging tracht haar doeleinden te bereiken door:
a. het openstellen van de gelegenheid tot het verkrijgen van certificaten van geschiktheid voor honden, bestemd voor de in het eerste lid onder a. genoemde diensten en taken;
b. het uitschrijven en bevorderen van wedstrijden en demonstraties;
c. het uitgeven of doen uitgeven van een officieel orgaan;
d. het verzamelen en verspreiden van literatuur, verband houdende met het doel van de vereniging;
e. het geven van voorlichting en het verstrekken van inlichtingen omtrent alles wat de afgerichte hond en zijn gebruik betreft;
f. alle andere wettige middelen welke tot bereiking van de doelstellingen van de vereniging kunnen medewerken.
LEDEN EN DONATEURS
Artikel 5
De vereniging kent leden en donateurs
De leden worden onderscheiden in: ereleden, leden van verdienste, gewone leden en jeugdleden.
a. Ereleden.
Tot ereleden kunnen door de algemene vergadering, op voorstel van het hoofdbestuur, worden benoemd personen die zich op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de vereniging of haar doelstellingen, dan wel om andere reden voor een dergelijke benoeming in aanmerking komen.
b. Leden van verdienste.
Tot lid van verdienste kunnen door de algemene vergadering op voorstel van het hoofdbestuur, worden benoemd leden van de vereniging die gedurende vele jaren op bijzonder verdienstelijke wijze zijn werkzaam geweest voor de vereniging, dan wel om andere reden voor een dergelijke benoeming in aanmerking komen.
c. Ereleden en leden van verdienste hebben dezelfde rechten als de gewone leden, doch zijn vrijgesteld van het betalen van contributie.
d. Gewone leden.
Als gewoon lid kunnen door het hoofdbestuur worden aangenomen personen die ten minste zestien jaar oud zijn, die te goeder naam en faam bekend staan, ook overigens van onbesproken gedrag zijn en van wie te verwachten is, dat zij de doeleinden van de vereniging zullen nastreven, zonder daarbij de wet te overtreden, en van wie te verwachten is dat zij de belangen van de vereniging niet zullen schaden.
e. Jeugdleden.
Als jeugdleden kunnen door het hoofdbestuur worden aangenomen personen die tenminste veertien jaar oud zijn. Jeugdleden dienen aan dezelfde vereisten voor het lidmaatschap te voldoen als gewone leden. Bereikt een jeugdlid de leeftijd van zestien jaar, dan wordt hij van verenigingswege gewoon lid.
De procedure van toelating en de door de leden te betalen contributie wordt geregeld bij huishoudelijk reglement.
f. Het aannemen van buitenlandse leden en donateurs is voorbehouden aan het hoofdbestuur en wordt in het huishoudelijk reglement nader geregeld.
3. Donateurs zijn rechtspersonen, die als zodanig door het hoofdbestuur zijn aangenomen, en die zich jegens de vereniging hebben verplicht een jaarlijks door het hoofdbestuur - na overleg met de donateur - vast te stellen contributie te betalen. Zij hebben niet de rechten welke ingevolge de wet, de statuten of het huishoudelijk reglement aan de leden toekomen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
4. De leden, jeugdleden en donateurs van de vereniging hebben de plicht zich zodanig te gedragen dat de belangen, de naam of het aanzien van de vereniging niet worden geschaad. Ook hebben zij de plicht gedurende het lidmaatschap van de vereniging te blijven voldoen aan de vereisten door de statuten aan het lidmaatschap of donateurschap gesteld.
Artikel 6
1. Het lidmaatschap of donateurschap eindigt:
a. door de dood van het lid. Is een rechtspersoon donateur, dan eindigt het donateurschap wanneer die rechtspersoon ophoudt te bestaan;
b. door opzegging door het lid of donateur;
c. door het niet tijdig betalen van de verschuldigde verenigingscontributie.
d. door opzegging namens de vereniging.
e. door ontzetting
2. Opzegging van het lidmaatschap of donateurschap door leden of donateurs kan slechts geschieden per 1 januari met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste één maand. Leden of donateurs dienen hun opzegging ter kennis te brengen van het hoofdbestuur op de bij huishoudelijk reglement te bepalen wijze.
3. Opzegging door het hoofdbestuur namens de vereniging geschiedt wanneer een lid of donateur heeft opgehouden aan de vereisten, door de statuten aan het lidmaatschap of donateurschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap of donateurschap te laten voortduren. In het laatstgenoemde geval kan het lidmaatschap of donateurschap met onmiddellijke ingang worden beëindigd. Het lidmaatschap of donateurschap kan in ieder geval worden opgezegd indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het lid of de donateur bij de aanmelding als zodanig valse informatie opzettelijk heeft verschaft, één en ander ter beoordeling van het hoofdbestuur of door opzegging tegen het eind van een boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd.
Hem, haar of de donateur staat binnen één maand na ontvangst van het besluit, beroep open op de ereraad.
Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap of donateurschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
4. Ontzetting geschiedt door het hoofdbestuur, al dan niet op grond van daartoe strekkende inlichtingen van de afdeling waartoe betrokkene behoort. Ontzetting kan alleen worden uitgesproken, wanneer een lid of een donateur in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De betrokkene wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem, haar of de donateur staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep op de ereraad open.
5. Een lid of donateur kan in afwachting van de beslissing over een ontzetting door het hoofdbestuur worden geschorst. Schorsing vindt van rechtswege plaats in geval van beroep in het vorige lid bedoeld, gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep.
6. Indien een ingesteld beroep tegen een ontzetting niet aanstonds door de ereraad kan worden afgehandeld beslist de ereraad wel terstond of de door het hoofdbestuur uitgesproken schorsing al dan niet gehandhaafd dient te blijven. Indien de ereraad de schorsing handhaaft, wordt zulks ten spoedigste gepubliceerd in het officiële orgaan van de vereniging. De in het vorige lid bedoelde schorsing van rechtswege wordt, indien deze niet een voortzetting is van een schorsing als zojuist bedoeld, op soortgelijke wijze gepubliceerd.
7. Beëindiging van het lidmaatschap of donateurschap ingevolge opzegging door het hoofdbestuur of ontzetting wordt ten spoedigste gepubliceerd in het officiële orgaan van de vereniging.
8. Wanneer het lidmaatschap of donateurschap in de loop van het boekjaar eindigt blijft desalniettemin de contributie voor dat jaar geheel verschuldigd.
Artikel 7
1. Een lid of een donateur kan als zodanig voor de duur van ten hoogste een jaar door het hoofdbestuur worden geschorst op grond van gedragingen of uitlatingen, welke in strijd zijn met de statuten of reglementen dan wel met de belangen van de vereniging.
Een schorsing als bedoeld, ontneemt het hoofdbestuur niet de mogelijkheid om, indien daartoe gronden zijn, de betreffende gedragingen of uitlatingen mede ten grondslag te leggen aan een voorgenomen ontzetting als in het vorige artikel bedoeld, mits in het schorsingsbesluit deze mogelijkheid wordt voorbehouden en het hoofdbestuur omtrent een voorgenomen ontzetting zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kan worden beslist.
2. Een lid kan in een door hem in de vereniging beklede functie door het hoofdbestuur worden geschorst voor de duur van ten hoogste vijf jaren op grond van gedragingen of uitlatingen die in strijd zijn met de statuten of reglementen dan wel met de belangen van de vereniging.
3. Tegen een schorsing als bedoeld in de eerste twee leden van dit artikel, kan betrokkene, bij een met redenen omkleed beroepsschrift beroep aantekenen bij de ereraad die binnen een maand na ontvangst van het beroepsschrift beslist.
Een dergelijk beroepsschrift behoort binnen veertien dagen, nadat het schorsingsbesluit bij aangetekend schrijven ter kennis van de betrokkene is gebracht, te worden ingediend bij de secretaris van de vereniging, die gehouden is het beroepsschrift onverwijld door te zenden naar de voorzitter van de ereraad.
4. Van een onherroepelijke schorsing, als in dit artikel bedoeld, geschiedt ten spoedigste publikatie in het officiële orgaan van de vereniging.
5. Een lid van een Afdeling kan als zodanig voor de duur van ten hoogste zes maanden door het afdelingsbestuur worden geschorst op grond van gedragingen of uitlatingen, welke in strijd zijn met de belangen van de afdeling. Gelijke bevoegdheid komt het afdelingsbestuur toe op grond van gedragingen of uitlatingen door het lid, die de afdeling in haar doelstellingen, dan wel in het bereiken daarvan, schaden of hinderen.
a.Tegen een schorsing als bedoeld in dit artikel, kan betrokkene bij een met redenen omkleed beroepsschrift beroep aantekenen bij het hoofdbestuur van de vereniging, dat binnen één maand na ontvangst van het beroepsschrift beslist.
b.Een dergelijk beroepsschrift behoort binnen veertien dagen, nadat het schorsingsbesluit bij aangetekend schrijven ter kennis van betrokkene is gebracht, te worden ingediend bij de secretaris van de vereniging, die gehouden is het beroepsschrift te vermelden op de agenda van de eerstvolgende vergadering van het hoofdbestuur.
c.Van een onherroepelijke schorsing, als bedoeld in dit artikel, geschiedt ten spoedigste publikatie in het officiële orgaan van de vereniging.
AFDELINGEN
Artikel 8
1. In iedere provincie is zo mogelijk een afdeling van de vereniging. Indien daartoe aanleiding bestaat kan het hoofdbestuur bepalen dat een aantal provincies of delen daarvan onder een bepaalde afdeling vallen.
2. Afdelingen worden opgericht en opgeheven bij besluit van het hoofdbestuur. In geval van opheffing van een afdeling, anders dan op voorstel van het bestuur van een afdeling, dient het bestuur in ieder geval tevoren te worden gehoord.
3. Ieder lid van de vereniging is lid van de afdeling, waaronder zijn woonplaats ressorteert. In het buitenland wonende leden kunnen op verzoek door het hoofdbestuur bij een afdeling worden ingedeeld.
Artikel 9
1. De algemene vergadering stelt een huishoudelijk reglement voor de afdeling vast.
2. Aanvullingen op dit huishoudelijk reglement door de onderscheidene afdelingen zijn mogelijk, doch behoeven de goedkeuring van het hoofdbestuur.
3. De afdelingsbesturen worden verkozen op de wijze en voor de duur. als in het huishoudelijk reglement van de afdeling is bepaald.
Artikel 10
1. Bij ontbinding van een afdeling, anders dan als gevolg van ontbinding van de vereniging, gaat een eventueel batig saldo van die afdeling over naar de vereniging.
CLUBS, KRINGEN EN COMPETITIEVERBANDEN
Artikel 11
1. Binnen het verband van de afdelingen kunnen de leden verenigd zijn in clubs, welker leden gezamenlijk de africhting van honden, als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a., beoefenen.
2. Clubs kunnen desgewenst, doch uitsluitend ten behoeve van gemeenschappelijke oefeningen, opleidingen of onderlinge wedstrijden, samenwerken in kringen of competitieverbanden.
3. a. Zowel de clubs als de eventuele kringen of competitieverbanden behoeven jaarlijks de erkenning van het bestuur van de afdeling waaronder zij ressorteren.
b. Deze erkenning kan slechts worden verleend indien hun, schriftelijk bij het betrokken afdelingsbestuur in te dienen, huishoudelijke regelingen niets bevatten dat in strijd is met de statuten, het huishoudelijk reglement of bijzondere reglementen van de vereniging, of met het huishoudelijk reglement van de betrokken afdeling en bovendien niet is gebleken van handelingen van de club, van de kring of van het competitieverband, in strijd met de belangen van de vereniging.
c. Wijzigingen van de in sub b. bedoelde huishoudelijke regelingen, waardoor deze in strijd komen met de statuten, het huishoudelijk reglement of de bijzondere reglementen van de vereniging of met het huishoudelijk reglement van de betrokken afdeling, alsmede handelingen in strijd met de belangen van de vereniging kunnen leiden tot tussentijdse intrekking van een verleende erkenning.
d. Het hoofdbestuur van de vereniging kan in bepaalde gevallen - te zijner beoordeling - een afdeling dwingend voorschrijven de erkenning van een club in te trekken, echter niet zonder het afdelingsbestuur gehoord te hebben.
4. Voor elke door een club, kring of competitieverband te organiseren wedstrijd of demonstratie, waartoe het publiek wordt toegelaten, dient steeds vooraf goedkeuring van het aAfdelingsbestuur te zijn gevraagd en verkregen.
GELDMIDDELEN
Artikel 12
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a. de contributie van de leden en donateurs;
b. eventuele ontvangsten van advertenties in het officiële orgaan of andere publikaties van de vereniging;
c. erfstellingen, legaten en schenkingen;
d. andere baten.
2. De vaststelling van de bedragen van de contributies van de leden en donateurs en de wijze van inning daarvan, worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
3. Het hoofdbestuur van de vereniging en de besturen van de afdelingen houden ieder een afzonderlijke kas.
ALGEMENE VERGADERING
Artikel 13
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Indien het hoofdbestuur van oordeel is, dat een besluit van de algemene vergadering in strijd is met het belang van de vereniging, heeft het hoofdbestuur de bevoegdheid de uitvoering van dat besluit op te schorten gedurende ten hoogste zes maanden, binnen welke termijn het besluit opnieuw in een algemene vergadering dient te worden behandeld.
Artikel 14
1. De algemene vergadering wordt gevormd door de leden van het hoofdbestuur en de afgevaardigden van de afdelingen.
2. Iedere afdeling heeft het recht één afgevaardigde aan de algemene vergadering te doen deelnemen.
3. Het mandaat van de afgevaardigde en zijn plaatsvervanger is slechts geldig voor één bepaalde algemene vergadering.
4. De afgevaardigde van een afdeling brengt in de algemene vergadering voor de eerste driehonderd leden, die de afdeling telt, één stem per lid uit, voor de tweede driehonderd leden twee stemmen per drie leden, voor de derde driehonderd leden, één stem per drie leden en voor de overige leden één stem per vijf leden.
5. Alle overige leden van de vereniging alsmede de donateurs, hebben toegang tot de algemene vergadering, doch hebben niet het recht daar voorstellen te doen of te stemmen. Wel kunnen zij er, met toestemming van de voorzitter, het woord voeren.
Artikel 15
1. Het hoofdbestuur roept de algemene vergadering bijeen, zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt, of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.
2. Telkenjare wordt tenminste één algemene vergadering gehouden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering. In deze vergadering brengt het hoofdbestuur zijn jaarverslag uit en doet het, onder overlegging van de nodige bescheiden, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Ook wordt in deze vergadering de begroting voor het komende verenigingsjaar vastgesteld en wordt tevens voorzien in ontstane en te verwachten vacatures in het hoofdbestuur.
3. Het toezicht op de rekening en de verantwoording van het hoofdbestuur wordt uitgeoefend door een daartoe door het hoofdbestuur aan te wijzen registeraccountant, die aan de in lid 2 tweede zin bedoelde algemene vergadering verslag uitbrengt van zijn bevindingen.
HOOFDBESTUUR
Artikel 16
1. De vereniging wordt bestuurd door een hoofdbestuur, bestaande uit een oneven aantal van tenminste vijf personen, die door de algemene vergadering uit de gewone leden worden gekozen. Over de wijze waarop binnen het hoofdbestuur taken en bevoegdheden zijn verdeeld, worden in het huishoudelijk reglement nadere regels gesteld.
2. Ter voorziening in een vacature in het hoofdbestuur kunnen door de afdelingen schriftelijk kandidaten worden gesteld uiterlijk twee maanden vóór de datum van de algemene vergadering waarin de betreffende verkiezing zal plaatsvinden.
Ook het hoofdbestuur kan kandidaten stellen, terwijl het hoofdbestuur tevens de bevoegdheid heeft de algemene vergadering een bindende voordracht te doen, waarin bij voorkeur een tweetal kandidaten wordt voorgedragen. Indien de bindende voordracht slechts één kandidaat noemt, dan zal deze kandidaat zonder stemming worden geacht door de algemene vergadering te zijn gekozen. De algemene vergadering kan evenwel aan de voordracht van het hoofdbestuur het bindend karakter ontnemen door een met tenminste tweederden van de uitgebrachte stemmen genomen besluit.
3. De voorzitter van de vereniging wordt door de algemene vergadering in functie gekozen. Het hoofdbestuur benoemt uit zijn midden een vice-voorzitter, een secretaris, een penningmeester een tweede secretaris, en, indien het aantal bestuursleden meer dan vijf bedraagt, één of meer commissarissen en, zonodig een tweede penningmeester. De leden van het hoofdbestuur verdelen overigens hun werkzaamheden onderling.
4. Het hoofdbestuur kent een dagelijks bestuur, bestaande uit de voorzitter, secretaris en penningmeester. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van door het hoofdbestuur geformuleerd algemeen beleid inzake de vereniging. De voorzitter en de secretaris van de vereniging vertegenwoordigen de vereniging in en buiten rechte en tekenen alle de vereniging bindende stukken. Over de wijze waarop het dagelijks bestuur haar taken en bevoegdheden uitoefent worden in het huishoudelijk reglement nadere regels gesteld.
5. Voor het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van de registergoederen, en voor het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor één derde sterk maakt, of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van één derde verbindt, behoeft het hoofdbestuur vooraf de machtiging van de algemene vergadering.
6. Een hoofdbestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van tenminste twee derden der geldig uitgebrachte stemmen.
7. Voorts kan de voorzitter in overleg met de overige leden van het hoofdbestuur een hoofdbestuurslid uit de functie ontheffen indien het functioneren daartoe aanleiding geeft. De voorzitter stelt de algemene vergadering van deze beslissing onmiddellijk op de hoogte, gevolgd door een voorstel tot ontslag uit het hoofdbestuur.
De Algemene Vergadering beslist uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het voorstel tot ontslag.
8. Indien de helft of meer leden van het hoofdbestuur, daartoe niet gerekend de persoon van de voorzitter, van mening zijn dat het niet in het belang van de vereniging is dat de voorzitter tot het einde van zijn periode als voorzitter aanblijft, kunnen zij de algemene vergadering met redenen omkleed voorstellen de voorzitter uit zijn functie te ontslaan. De vice voorzitter stelt de algemene vergadering van dit voorstel onmiddellijk op de hoogte, gevolgd door een voorstel tot ontslag uit het hoofdbestuur. De algemene vergadering beslist uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het voorstel tot ontslag.
9. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, secretaris en penningmeester defungeren door het verstrijken van het kalenderjaar waarin zij de zeventigjarige leeftijd hebben bereikt. In de in artikel 15 lid 2 bedoelde algemene vergadering wordt in hun opvolging voorzien. Voor de overige hoofdbestuursleden geldt geen leeftijdsgrens.
10. Hoofdbestuursleden kunnen ten hoogste voor drie aaneengesloten perioden gekozen worden.
ERERAAD
Artikel 17
1. Er is een ereraad. Deze raad bestaat uit de voorzitters van alle afdelingen van de vereniging en een onafhankelijk voorzitter. De voorzitter wordt door het hoofdbestuur benoemd. De plaatsvervangend voorzitter, die bij ontstentenis van de voorzitter diens taken waarneemt, wordt uit de leden van de ereraad jaarlijks bij toerbeurt uit hun midden gekozen.
2. Leden van het hoofdbestuur kunnen geen lid zijn van de ereraad. Indien een afdelingsvoorzitter tevens lid is van het Hoofdbestuur of de zeventigjarige leeftijd heeft bereikt, wordt de plaatsvervangend afdelingsvoorzitter als lid van de ereraad aangewezen. Indien de plaatsvervangend voorzitter de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt, dan wordt door het bestuur van de afdeling een ander lid van het afdelingsbestuur als lid van de ereraad aangewezen.
3. De voorzitter roept voor een beraadslaging tenminste drie en ten hoogste acht leden bijeen. De voorzitter draagt bij de keuze van leden ervoor zorg dat niet steeds dezelfde leden bij een beraadslaging worden betrokken.
4. Leden van de ereraad nemen niet deel aan beraadslagingen en besluitvorming in die gevallen waarbij leden en/of clubs van de afdeling, danwel kringen, competitieverbanden of de afdeling zelf op enigerlei wijze betrokken is.
5. Leden kunnen bij de ereraad in beroep gaan tegen een besluit van het hoofdbestuur waardoor zij als lid worden opgezegd, ontzet danwel geschorst
6. Niet tot de vereniging toegelaten personen kunnen tegen dit besluit van het hoofdbestuur in beroep gaan bij de ereraad.
7. Aan de ereraad is tevens opgedragen –zonder dat beroep tegen zijn beslissingen openstaat- het behandelen van en het beslissen over het door het hoofdbestuur voorgelegde geschillen tussen afdelingen onderling, alsmede geschillen tussen enerzijds een afdeling en anderzijds binnen het ressort van die afdeling erkende clubs, kringen of competitieverbanden.
8. Aan de ereraad is tenslotte opgedragen –zonder dat tegen zijn beslissingen beroep openstaat- het behandelen van en het beslissen over het door het hoofdbestuur voorgelegde geschillen en met redenen omkleedde beroepsschriften tegen beslissingen van afdelingsbesturen inzake geschillen tussen binnen het resort van de afdeling fungerende clubs, tussen clubs en kringen of competitieverbanden en tussen kringen of competitieverbanden onderling.
9. De ereraad is noch van zijn beslissingen noch van de wijze van behandeling van de aan de raad voorgelegde zaken verantwoording verschuldigd, doch is wel gehouden het hoofdbestuur te horen in de gevallen bedoeld in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid van dit artikel gegeven.
10. De ereraad gelast ten spoedigste publicatie in het officiële orgaan van de vereniging van zijn beslissingen, op grond van het vijfde, zesde, zevende en achtste lid van dit artikel.
11. Een lid van de ereraad defungeert door het verstrijken van het kalenderjaar waarin hij de zeventigjarige leeftijd heeft bereikt.
HUISHOUDELIJKE EN BIJZONDERE REGLEMENTEN
Artikel 18
Op voorstel van het hoofdbestuur stelt de algemene vergadering een huishoudelijk reglement voor de vereniging vast, waarin het in deze statuten bepaalde, voor zover nodig, nader wordt geregeld.
Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de statuten. De wijze van samenstelling van bijzondere reglementen, zoals het keuringsreglement, wordt mede bij huishoudelijk reglement geregeld.
STATUTENWIJZIGING
Artikel 19
Tot wijziging van deze statuten kan slechts worden besloten in een algemene vergadering, op voorstel van het hoofdbestuur of van tenminste twee afdelingen.
Elk voorstel tot wijziging van de statuten moet opgenomen zijn in de Beschrijvingsbrief van de vergadering, waarin het zal worden behandeld, en behoeft voor de aanneming een meerderheid van tenminste twee/derden van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
Artikel 20
Het in het vorige artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding van de vereniging met dien verstande dat voor "twee afdelingen" moet worden gelezen "drie Afdelingen" en voor "twee/derde" van het aantal uitgebrachte geldige stemmen "drie/vierde" van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
Bij ontbinding van de vereniging is het hoofdbestuur belast met de vereffening. Blijft na betaling van de schulden een batig saldo over dan zal dit worden bestemd op de wijze als door de algemene vergadering zal worden bepaald.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 21
In alle gevallen, waarin deze statuten niet voorzien, of bij verschil van inzicht over de bepalingen in deze statuten of één van de reglementen van de vereniging, alsmede over het doel, de strekking of de toepassing daarvan, beslist het Hoofdbestuur.
